Toen de zon scheen
en de vogels zongen
zag dat meisje het niet.
Ze wou altijd de beste zijn.
Ze had geen tijd om te ademen.
Ze wou lopen
ze kon amper stappen.
Het was donker buiten
en even donker in haar hart.
Ze viel in een kuil heel diep.
Ze voelde zo'n pijn
de pijn van de wereld.
ze sliep.
Tot een engel zei:
Sta op u bent wakker.
Oh, wat is een grassprietje mooi.
oh die zon die straalt.

In het diepste
van je uitputting
is er nog een straaltje licht
die je naar boven brengt.
Geloof in je “geloof”
dan geloof je
in jezelf ook.
 
grietteke